Aanmelden weblog:

straatkinderen

  Carlos uit Argentinië  

Buenos dias, ik zal een beetje vertellen over hoe ik bij Don Bosco terecht ben gekomen.

Ik woonde toen ik klein was op het platteland bij mijn oma. Mijn vader heb ik nooit gekend, die is er voor mijn geboorte al van door gegaan, en ik ben opgegroeid met mijn zusjes en broertjes die van veel verschillende vaders zijn. Door de grote armoede heeft mijn moeder op een dag besloten om in Buenos Aires een baantje te gaan zoeken als naaister. Alle kinderen bleven bij oma en wij hingen de hele dag een beetje rond en speelden veel met de kinderen in de buurt.

Op een dag toen mijn oma weer eens een andere vriend had en die mij in een van zijn dronken buien helemaal door het huisje sloeg, heb ik wat geld gepakt en ben gaan liften naar Buenos Aires, om mijn moeder te gaan zoeken. Hoe ik op dat idee kwam toen, dat ik haar zou vinden, weet ik nog steeds niet, ik was erg naief toen op mijn 10e.

Toen ik uit de vrachtwagen werd gezet die mij een lift had gegeven, wist ik niet waar ik naar toe moest. Ik stond achter het busstation en stapte op wat jongens af. Ik kletste wat met ze en kreeg wat eten. Ik kocht van mijn beetje geld wat fruit en deelde dat uit. 's Avonds bleef ik bij hen en sliep in een hoek van het station met nog veel meer jongens van alle leeftijden.

Velen snoven lijm en waren zo stoned als wat. Ik vond dat niets, ik wilde niet verslaafd raken en zo sloom worden. Soms werden we midden in de nacht wakker geschopt door de politie en dan renden we alle kanten op. De politie is heel erg wreed en ze pakken regelmatig jongens op of schieten ze dood als ze iets gestolen hebben, al is het maar een appel. Ik maakte wat vrienden, maar kon niet wennen aan de angst voor de politie. Ik had regelmatig nachtmerries en wilde zo niet de rest van mijn leven leven.

Op een avond kwamen er twee broeders van Don Bosco naar ons toe. We zaten met een groepje van 8 jongens bij elkaar en kletsten wat. Ze wilden onze verhalen weten en hoe lang we al op de straat leefden. Ze namen echt de tijd en zaten gewoon bij ons op de grond. Ik vond het fijn dat een volwassene geïnteresseerd in me was en dat ik mijn verhaal kwijt kon. Ze vertelden ook over het straatkinderen project in een grote sloppenwijk, waar de jongens naar school konden. Dat leek me wel wat. Ze gaven mij bedenktijd, die ik eigenlijk niet nodig had, en zouden me over twee weken als ik dan nog wilde, meenemen naar Casa de los Ninos.

Na die twee weken wist ik het zeker. Ik zou mijn moeder niet meer kunnen vinden en terug naar mijn oma wilde ik ook nog niet, misschien ooit nog eens. Ik heb wel alles vertelt en mijn adres gegeven, zodat ze mijn oma een brief konden sturen dat ik veilig was. Nu ga ik voor het eerst naar school en zit met mijn 11e jaar wel tussen wat jongere jongens in de klas, maar dat vind ik niet erg. Ik wil leren om eens met computers te kunnen werken.