Aanmelden weblog:

Ervaringen

Klik hier voor het overzicht


2e brief over de Tsunami

Loes en Mijke in India

De 4de dag na de hele gebeurtenis is aangebroken. Nog steeds zijn we in volle actie. Eten kopen, eten koken,pakketjes maken, de gebieden in en uitdelen.
Ondertussen wordt er ook veel kleding ingezameld en gesorteerd. Iedereen werkt heel erg hard. Zover daar tijd voor is, uit iedereen op zijn eigen manier zijn verdriet. De een met tranen, de ander staart lange tijd, de ander pakt af en toe even je hand vast.

Deze week zou een feest week worden. Alle kinderen hebben vakantie.
Vandaag is het stafday, een terugblik op het gehele jaar: Donderdag naar de dierentuin en Vrijdag oud en nieuw. Maar al die plannen gaan niet door. Ik denk
niet aan Holland en mijn familie en vrienden, ik denk niet aan de ideeën en plannen die we hadden. Ik leef heel erg met de dag. Eerst maar vandaag weer
volbrengen, dan zien we wel weer verder. Ik leef in een roes.
Ik moet op de klok kijken, en denken, het is 1 uur, ik moet eten. Anders vergeet ik te eten, heb geen zin in eten. We hebben uren in de stad gezocht naar plastic zakjes voor de pakketjes, want bij de meeste winkels was het uitverkocht. En pas als ik het hete asfalt onder me voeten voel, bedenk ik dat ik ben vergeten mijn slippers aan te doen. Ik voel heel weinig. Als ze vertellen dat ze hun 5 kinderen allemaal hebben verloren, zeg ik alleen maar
"goh". Meer nog niet.

Een tijdje terug hadden we nog een jongen terug gebracht naar zijn ouders in een dorp. Op tv blijkt dat het dorp weg is. Waar zou hij zijn? We weten nog
steeds niet wie het hebben overleefd, wie worden vermist, wie er nog leven. En nog steeds voel ik niets.
De hele dag is het vooral hard rennen en regelen. De winkel, messen halen, rennen, bellen, geld pinnen. Tijd om rustig te zitten is er niet. Ja, als ik nu
mail of bel, dan pas begin ik te denken aan alles, dan pas begin ik echt wat te voelen. Maar het besef moet nog komen. Het is alsof iemand anders in mijn lichaam zit en zorgt dat ik slaap, eet, beweeg en van alles regel.
Maar ik zelf ben heel ver weg.

Soms dan denken we samen aan alles hoe het verder moet. Volgende week gaan de kinderen weer naar school. Wie gaat dan het eten koken en snijden?
Het regent hier, er breken heel veel ziektes nu uit. Waar zijn de dokters? Zijn er genoeg medicijnen? Dekens? Kleding? Gisterochtend zouden sponsors eten brengen, maar zijn niet gekomen. Met het gevolg dat de mensen in de
gebieden al een tijdje geen eten hebben gekregen. De mensen willen niet meer terug naar hun gebied en verblijven in groepen op de weg. Waar moeten zij
straks heen?

Nu maar rond de tafel wat het noodplan wordt voor de komende tijd. Misschien een stand maken, zodat we beter het eten kunnen verspreiden. Het recht van de sterkste geldt er nu.
Misschien spullen voor koken kopen, zodat de mensen zelf weer kunnen koken.
Maar geld voor eten is er niet, dus daar moeten we ook wat op vinden.

De mensen in de gebieden zijn vooral heel bang. Bang als er iemand rent, dan gaan ze allemaal rennen. Bang dat er weer een vloedgolf komt. Een roddel dat er
een belangrijke politicus dood is, maakt de mensen agressief. Met het gevolg dat werkgevers hun werknemers maar naar huis sturen.

We delen ons bed met wat vrouwelijke stafleden. Allemaal tegen elkaar aan, want anders voelen zij zich zo alleen. Deze nacht met een meisje uit het gebied
ons bed gedeeld. Met het licht aan, want ze was zo bang. Bij elk geluid zit ze rechtop in bed, kruipt dan weer tegen ons aan, met tranen over haar wangen..